Een nieuw experimenteel antilichaam dat zich richt op het eiwit SFRP2 laat bemoedigende resultaten zien in preklinische onderzoeken tegen triple-negatieve borstkanker (TNBC), een van de meest dodelijke vormen van de ziekte. Onderzoekers van het MUSC Hollings Cancer Center hebben aangetoond dat dit antilichaam de tumorgroei kan vertragen, metastasen kan verminderen en het immuunsysteem kan reactiveren, zelfs bij kankers die resistent zijn tegen chemotherapie. De bevindingen, gepubliceerd in Breast Cancer Research, suggereren een potentiële nieuwe therapeutische weg voor patiënten met beperkte behandelingsopties.
De uitdaging van drievoudige negatieve borstkanker
TNBC is een agressief subtype van borstkanker dat geen gemeenschappelijke receptoren heeft waarop hormonale therapieën gericht zijn, waardoor het moeilijk te behandelen is. Het is verantwoordelijk voor 10-20% van de borstkankers, maar treft onevenredig jongere vrouwen en heeft een slechtere prognose. De huidige behandelingen mislukken vaak omdat tumoren resistentie ontwikkelen, wat de dringende behoefte aan innovatieve strategieën benadrukt.
Hoe het antilichaam werkt: gericht op SFRP2
Het experimentele antilichaam richt zich op uitgescheiden frizzled-related Protein 2 (SFRP2), een sleuteleiwit dat de tumorgroei op verschillende manieren ondersteunt. SFRP2 stimuleert de vorming van bloedvaten om tumoren te voeden, voorkomt dat kankercellen zichzelf vernietigen en onderdrukt het vermogen van het immuunsysteem om kanker te bestrijden. Het antilichaam blokkeert SFRP2, waardoor deze overlevingsmechanismen effectief worden verstoord.
Het onderzoeksteam, onder leiding van dr. Nancy Klauber-DeMore, ontdekte bijna twintig jaar geleden de rol van SFRP2 bij borstkanker en legde daarmee de basis voor deze doorbraak. Uit hun werk is gebleken dat SFRP2 niet alleen aanwezig is in kankercellen, maar ook op immuuncellen in de micro-omgeving van de tumor – met name macrofagen.
Herprogrammering van de immuunrespons
Macrofagen, immuuncellen die normaal gesproken bedreigingen opruimen, kunnen beschadigd raken in TNBC. De behandeling met antilichamen verplaatst macrofagen van een tumorondersteunende toestand (M2) naar een kankerbestrijdende toestand (M1), waardoor immuunsignalen vrijkomen die een sterkere antitumorrespons stimuleren. Dit effect werd zelfs in geavanceerde ziektemodellen waargenomen, wat erop wijst dat het antilichaam de immuunfunctie in latere stadia zou kunnen herstellen.
Het antilichaam reactiveert ook uitgeputte T-cellen, een ander cruciaal onderdeel van het immuunsysteem. TNBC onderdrukt vaak de activiteit van T-cellen, maar het antilichaam bracht deze cellen weer tot leven, waardoor mogelijk de effectiviteit van bestaande immuuntherapieën werd verbeterd.
Precisiegericht richten en weerstand overwinnen
In tegenstelling tot traditionele chemotherapie vertoont het antilichaam een hoge precisie, waarbij het zich ophoopt in tumorweefsel terwijl gezonde cellen worden gespaard. Deze gerichte aanpak minimaliseert bijwerkingen, een aanzienlijk voordeel ten opzichte van conventionele kankerbehandelingen. Bovendien doodde het antilichaam effectief kankercellen die resistent waren geworden tegen doxorubicine, een veelgebruikt chemotherapiemedicijn.
Dit vermogen om resistentie te overwinnen is vooral belangrijk omdat tumoren zich vaak aanpassen en niet meer reageren op bestaande behandelingen. Het SFRP2-antilichaam kan een oplossing bieden voor patiënten die andere opties hebben uitgeput.
Volgende stappen: klinische onderzoeken en daarna
Het antilichaam is in licentie gegeven aan Innova Therapeutics, een biotechnologiebedrijf mede opgericht door Dr. Klauber-DeMore, dat actief op zoek is naar financiering voor klinische proeven op mensen. De FDA heeft ook de aanduidingen zeldzame kinderziekte en weesziekte toegekend, waarmee het potentieel van deze therapie voor osteosarcoom wordt erkend, een andere vorm van kanker die verband houdt met SFRP2.
Deze eerste resultaten zijn veelbelovend, maar verder onderzoek is van cruciaal belang. Het antilichaam vertegenwoordigt een nieuwe richting in de behandeling van kanker, een richting die nauwkeurige targeting combineert met herprogrammering van het immuunsysteem.
Als deze therapie succesvol is in klinische onderzoeken, zou deze therapie patiënten met TNBC de broodnodige nieuwe hoop kunnen bieden op een effectievere en minder toxische behandeling.
